Special

Het bewogen veld van gemetastaseerd hormoongevoelig prostaatcarcinoom

NTVO - 2021, nummer Special, december 2021

dr. W. Nanhoe

Het veld van gemetastaseerd hormoongevoelig prostaatcarcinoom (‘metastatic hormone-sensitive prostate cancer’, mHSPC) is flink in beweging. In dit artikel wordt een overzicht van de huidige behandelopties geschetst. Urologen dr. Jean-Paul van Basten (CWZ) en dr. Roderick van den Bergh (St. Antonius Ziekenhuis) schijnen samen met internist-oncoloog dr. Michel van Kruchten (UMCG) hun licht op de laatste ontwikkelingen.

Lees verder

Het voorspellen van het klinisch voordeel van adjuvante chemotherapie bij patiënten met HR-positieve/HER2-negatieve borstkanker in een vroeg stadium met positieve lymfeklieren

NTVO - 2021, nummer Special, december 2021

dr., ir. T. de Jong

Genexpressietesten kunnen bepalen of adjuvante chemotherapie zinvol is bij patiënten met een HR-positief/HER2-negatief vroeg stadium mammacarcinoom met negatieve lymfeklieren. Dit artikel behandelt het recent gepubliceerde RxPONDER onderzoek over het nut van het voorspellen van het klinisch voordeel van adjuvante chemotherapie bij patiënten met HR-positieve/HER2-negatieve borstkanker in een vroeg stadium met positieve lymfeklieren1 en gaat verder in op de ervaringen met genexpressietesten in Nederland.

Lees verder

Adjuvante behandeling in een vroeg stadium van niet-kleincellig longcarcinoom

NTVO - 2021, nummer Special, december 2021

ir., dr. A. Dekker

Gemiddeld een kwart van de patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom (‘non-small cell lung cancer, NSCLC) wordt gediagnosticeerd in een vroeg stadium van de ziekte en kan behandeld worden met radicale chirurgie. Ondanks radicale chirurgie blijft de 5-jaars overlevingskans voor volledig gereseceerd vroeg stadium NSCLC teleurstellend. In verschillende studies is onderzocht of met behulp van adjuvante chemotherapie de recidiefkans na chirurgie verlaagd kan worden. Helaas is de overlevingswinst verkregen door adjuvante chemotherapie bescheiden, met een recidief van de ziekte bij ongeveer de helft van de patiënten. De identificatie van betrouwbare biomarkers om de respons op doelgerichte behandeling in deze setting te voorspellen, het opzetten van moleculair georiënteerde studies en de beschikbaarheid van nieuwe, effectieve en minder toxische opties, banen de weg voor deze doelgerichte middelen in de (neo)adjuvante behandeling van vroeg stadium NSCLC met oncogene ‘driver’-mutaties. De resultaten verkregen met deze therapeutische strategie worden samengevat in dit artikel.

Lees verder

Nieuwe targets bij gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom met oncogene mutaties

NTVO - 2021, nummer Special, december 2021

ir., dr. A. Dekker

Verbeterd inzicht in belangrijke moleculaire en cellulaire mechanismen in de tumorgenesis en progressie van niet-kleincellig longcarcinoom (‘non-small cell lung cancer’, NSCLC) heeft geleid tot de ontdekking van een scala aan nieuwe doelgerichte medicatie en de verdere ontwikkeling van behandelstrategieën. Sinds de introductie van tyrosinekinaseremmers (‘tyrosine kinase inhibitors’, TKI’s) gericht op epidermale groeifactorreceptor (EGFR)-mutaties heeft er een verschuiving plaatsgevonden naar biomarker-gedreven behandelalgoritmes voor patiënten met gevorderde stadia NSCLC. De identificatie van minder bekende oncogene ‘drivers’ heeft tot een duidelijke hervorming van de diagnostische en therapeutische benadering van NSCLC geleid. Tevens is door de introductie van nieuwe, zeer selectieve remmers het gebruik van doelgerichte therapieën aan het uitbreiden naar (zeer) zeldzame subgroepen van patiënten, en daarmee verbeteren ook de therapeutische opties voor gevorderd NSCLC. In dit artikel worden kort de meest recente ontwikkelingen op het gebied van doelgerichte therapie bij gevorderde NSCLC-patiënten besproken, zoals o.a. RET-fusies, MET exon 14-skipping, HER2-overexpressie en KRAS-mutaties.

Lees verder

Evoluties in de eerstelijnsbehandeling van ALK+ NSCLC

NTVO - 2021, nummer Special, december 2021

ir., dr. A. Dekker

De ontdekking van het EML4-ALK-fusiegen bij een deel van de patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom (‘non-small cell lung cancer’, NSCLC) en de daaropvolgende klinische ontwikkeling van crizotinib in 2011 was een belangrijke stap voorwaarts voor de behandeling in deze setting. Er is echter regelmatig sprake van resistentie voor crizotinib met als gevolg ziekteprogressie. Daarom zijn er verschillende nieuwe, op anaplastisch lymfoom kinase (ALK) gerichte tyrosinekinaseremmers (‘tyrosine kinase TKI’s) ontwikkeld, zoals ceritinib, alectinib, brigatinib, lorlatinib en ensartinib. Hoewel deze middelen initieel met name hun waarde lieten zien in de tweedelijnsbehandeling van ALK-positief (+) gevorderd NSCLC, is er nu in de eerstelijnsbehandeling van deze patiënten superieure effectiviteit voor tweedegeneratie ALK-remmers boven crizotinib aangetoond. Hierdoor hebben tweedegeneratie ALK-TKI’s crizotinib grotendeels vervangen als de eerste keuze voor de behandeling van gevorderd ALK+ NSCLC. In dit artikel geven we een overzicht van de laatste bevindingen ten opzichte van de beste behandelsequentie voor ALK+ NSCLC-patiënten.

Lees verder

Duale immuuntherapie bij mesothelioom en NSCLC

NTVO - 2021, nummer Special, december 2021

dr. R. van der Voort , dr. W. Nanhoe

Op basis van de positieve resultaten van de fase III-studies CheckMate 743 en Check-Mate 9LA werd de combinatiebehandeling met nivolumab plus ipilimumab recentelijk geregistreerd als eerstelijnsbehandeling bij niet-resectabel mesothelioom en, in combinatie met twee cycli chemotherapie, bij gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom. Tijdens het WCLC 2021 en ESMO 2021 congres bleek de combinatiebehandeling ook op de lange termijn werkzaam te zijn bij beide maligniteiten.

Lees verder

Gepersonaliseerde behandeling met CDK4/6-remmers bij HR+/HER2- gevorderd Mammacarcinoom

NTVO - 2021, nummer Special, december 2021

dr. R. van der Voort

Momenteel zijn er drie CDK4/6-remmers geregistreerd die in combinatie met endocriene therapie in de eerste of latere lijn ingezet kunnen worden voor de behandeling van HR+/ HER2 gevorderd mammacarcinoom. Hoewel klinisch onderzoek suggereert dat de drie remmers een vergelijkbare werkzaamheid hebben, bieden verschillen in farmacologisch en toxicologisch profiel mogelijkheden voor gepersonaliseerde behandeling.

Lees verder
X