Special

ANTIVIRALE THERAPIE BIJ HOOGRISICO COVID-19-PATIËNTEN

NTVO - 2022, nummer Special, zomer 2022

Wandana Nanhoe

Ondanks volledige vaccinatie houdt een deel van de COVID-19-patiënten een matig tot sterk verhoogd risico op een ernstig ziektebeloop, ook met de huidige omikronvariant. Het betreft oudere patiënten met een combinatie van onderliggende aandoeningen (o.a. obesitas, diabetes, hart- en vaatlijden, hypertensie), patiënten die behandeld worden voor een hematologische of solide kanker en in het bijzonder ernstig immuungecompromitteerde patiënten.1–4 Een behandeling met direct werkende antivirale middelen (bijvoorbeeld nirmatrelvir) of met virus neutraliserende antistoffen kan voor hen zinvol zijn. Bij immuungecompromitteerde patiënten is onderzoek naar de combinatie van deze behandelingen nodig, omdat hiermee de kans op resistentievorming mogelijk vermindert en wellicht ook de werkzaamheid verbetert. Een Europese studie waarin de combinatie van beide antivirale behandelstrategieën bij immuungecompromitteerde patiënten wordt onderzocht (COVIC-19) is net gestart. Ook Nederlandse ziekenhuizen kunnen daarbij aansluiten.

Lees verder

IMMUUNTHERAPIE BIJ GASTRO-OESOFAGEALE KANKER ANNO 2022

NTVO - 2022, nummer Special, zomer 2022

Annemiek Dekker

Gastro-oesofageale kanker (‘gastro-esophageal cancer’, GEC) is jaarlijks verantwoordelijk voor meer dan een miljoen doden wereldwijd.1 GEC is geassocieerd met een zeer slechte prognose, tot op heden is de 5-jaarsoverleving niet meer dan 32%.2 Bij slechts 30–40% is curatieve chirurgie een optie, de rest van de GEC-patiënten werd lange tijd standaard met chemotherapie behandeld.3 Tien jaar geleden is daar trastuzumab aan toegevoegd voor humaan epidermale groeifactorreceptor-2 (HER2)-positieve GEC-patiënten.4 Waar GEC lang als een entiteit werd beschouwd, wordt steeds duidelijker dat er grote verschillen zijn tussen bijvoorbeeld de twee predominante histologische subtypen: gastro-oesofageaal adenocarcinoom (‘gastroesophageal adenocarcinoma’, GEA) en squameus oesofageaal carcinoom (‘squamous esophageal cancer’, ESCC) en therapie hierop moet worden aangepast.5 Immuuntherapie krijgt hierbij een steeds volwassenere rol met een toenemend scala aan doelgerichte therapeutische mogelijkheden.3,6

Lees verder

BEHANDELOPTIES BIJ HER2-POSITIEVE MAAGKANKER

NTVO - 2022, nummer Special, zomer 2022

Annemiek Dekker

Maagkanker (gastric cancer, GC) is een van de meest voorkomende maligniteiten wereldwijd. 1 Daarbij is het een van de moeilijkst te behandelen kankersoorten en heeft gevorderd GC een persisterend slechte prognose met een mediane algehele overleving (‘overall survival’, OS) van 10–12 maanden en een 5-jaars overleving van 5–20%.2 Met name de sterk heterogene morfologie, biologie en klinisch beloop maakt GC een moeilijk te behandelen ziekte. Inmiddels zijn er vele genetische alteraties en moleculaire paden ontdekt die lijken bij te dragen aan de complexe pathofysiologie van GC. De humane epidermale groeireceptor-2 (HER2) heeft zichzelf bewezen als een van de meest klinisch relevante biomarkers en doelwitten.3 Dit artikel schetst een overzicht van de huidige behandelopties en ontwikkelingen voor HER2-positieve (HER2+) GC.

Lees verder

EEN OVERZICHT VAN PARP-REMMERS VOOR DE BEHANDELING VAN MAMMACARCINOOM

NTVO - 2022, nummer Special, zomer 2022

Annemiek Dekker

Poly-adenosinefosfaatpolymerase (‘poly-adenosin phosphate polymerase’; PARP)-inhibitoren (PARPi) blokkeren het specifieke eiwit PARP, dat kankercellen gebruiken om DNA-schade aan hun DNA te herstellen. PARPi zijn opgestaan als essentiële therapeutische middelen bij patiënten met ‘BReast Cancer’ (BRCA)-gen 1- en 2-gemuteerde borstkanker gezien deze genen eiwitten encoderen die essentieel zijn voor het homologe recombinatieherstel (‘homologous recombination repair’; HRR)-mechanisme van DNA.1 BRCA-mutaties kunnen erfelijke kiembaan (‘germline’; gBRCA) of spontaan opgetreden (somatische) mutaties zijn. Samen zijn gBRCA1/2 verantwoordelijk voor ongeveer 15–20% van erfelijke borstkanker en 3–8% van alle borstkanker. 2,3 In dit overzicht bespreken we de toepassing en effectiviteit van PARPi bij BRCA-gemuteerde borstkanker en potentiële andere toepassing van PARPi bij ander subtypen borstkanker met BRCA-achtige en HRR-genmutaties.

Lees verder

BEHANDELOPTIES BIJ IRRESECTABEL OF GEMETASTASEERD TRIPLE-NEGATIEF MAMMACARCINOOM

NTVO - 2022, nummer Special, zomer 2022

Annemiek Dekker

Borstkanker is de meest voorkomende maligniteit bij vrouwen. Het is een hoog heterogene ziekte met meerdere subtypen, waarvan een van de subtypen triple-negatieve borstkanker (‘triple negative breast cancer’, TNBC) is.1 TNBC komt bij 15–20% van alle borstkanker voor en dankt zijn naam aan de receptoren die hij juist niet laat zien op het celoppervlak: de oestrogeenreceptor, progesteronreceptor en humaan epidermale groeifactorreceptor-2 (HER2).1,2 Vergeleken met andere subtypen is TNBC de meest agressieve en ongunstige variant. Het heeft een hogere incidentie bij jongere vrouwen, een hoger risico op metastasering, een hogere mortaliteit en minder behandelmogelijkheden. De overtreffende trap is recidief of gemetastaseerd TNBC, dat in toenemende mate therapieresistentie laat zien.1,2 Alhoewel de standaardtherapie voor TNBC cytotoxische chemotherapie (CT), radiotherapie en chirurgie zijn, biedt de immunogene natuur van deze agressieve ziekte mogelijkheden voor doelgerichte immuuntherapie.2–4 De laatste jaren zijn er vele ontwikkelingen geweest in dit veld, waarvan enkele in dit artikel worden uitgelicht.

Lees verder

PARP-REMMERS ALS EERSTELIJNS ONDERHOUDSBEHANDELING BIJ OVARIUMCARCINOOM

NTVO - 2022, nummer Special, zomer 2022

Wandana Nanhoe

De eerstelijnsbehandeling van patiënten met hoog-stadium ovariumcarcinoom bestaat uit een combinatie van cytoreductieve chirurgie en chemotherapie. De standaardchemotherapie is carboplatine en paclitaxel. Primaire debulking gevolgd door chemotherapie is – indien mogelijk – momenteel de standaardbehandeling.1,2 Ondanks een hoge initiële respons op deze therapie, verdwijnt de effectiviteit van de behandeling na verloop van tijd en krijgt 85% van de patiënten op enig moment een recidief.3 Onderhoudsbehandeling met een PARP-remmer kan worden ingezet om te voorkomen dat ovariumcarcinoom recidiveert na een respons op de eerstelijnsbehandeling.

Lees verder

BIOMARKERS VOOR ADJUVANTE BEHANDELING BIJ VROEGE BORSTKANKER

NTVO - 2022, nummer Special, zomer 2022

drs. Peter van Rijn

De in mei 2022 gepubliceerde herziene ASCO-richtlijn bevat aanbevelingen voor de toepassing van biomarkers voor de adjuvante behandeling van borstkanker in een vroeg stadium.1 De richtlijn bidt handvatten voor het gebruik van al eerder goedgekeurde genoomtests en aanbevelingen voor het gebruik van nieuwe biomarkers als leidraad voor endocriene behandeling en chemotherapie bij vrouwen met ER-positieve, HER2-negatieve tumoren en bij vrouwen met HER2-positieve of triple-negatieve borstkanker (TNBC). In afgelopen maanden is van verschillende nieuwe systemische behandelingen, waaronder olaparib en pembrolizumab, aangetoond dat vrouwen in een vroeg stadium van borstkanker hier baat bij kunnen hebben. Het gebruik van dergelijke middelen komt in deze herziene richtlijn overigens niet aan de orde.

Lees verder
X