klinische trial

Olaparib gecombineerd met locoregionale radiotherapie voor inoperabele, gemetastaseerde of inflammatoire borstkanker

NTVO - 2013, nummer 7, november 2013

dr. B. van Triest , dr. C. Vens , prof. dr. G.S. Sonke , prof. dr. J.H.M. Schellens , prof. dr. M. Verheij , dr. P.H.M. Elkhuizen , R. de Haan

Samenvatting

In deze fase I-studie wordt de veiligheid en tolerantie van toevoeging van gelijktijdige olaparib aan loco-(regionale) radiotherapie bij borstkanker onderzocht. Patiënten met lokaal gevorderde borstkanker, waaronder inflammatoire borstkanker, hebben een hoge kans op een locoregionaal recidief, ondanks uitgebreide behandeling inclusief radiotherapie. Toevoeging van olaparib, een PARP-remmer, aan de radiotherapie kan de lokale controle verbeteren. PARP-remming zet door de bestraling geïnduceerde enkelstrengs-DNA-breuken bij replicatie van de cel om in dubbelstrengs-DNA-breuken; deze zijn dodelijk voor de cel. Preklinisch onderzoek toont inderdaad aan dat PARP-remming het effect van radiotherapie vergroot en dat dit effect afhankelijk is van celdeling, waardoor PARP-remming een tumorspecifieke radiosensitizering kan bereiken. In deze studie zal bij borstkankerpatiënten de maximaal tolereerbare dosering van olaparib tijdens loco(regionale) bestraling worden vastgesteld.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2013;10:293–6)

Lees verder

Optimaliseren van de neoadjuvante systemische behandeling bij HER2-positieve borstkanker: de TRAIN-2-studie

NTVO - 2013, nummer 6, september 2013

prof. dr. G.S. Sonke , dr. J.M. Stouthard , dr. J.V. van Thienen , M.S. van Ramshorst , prof. dr. S.C. Linn

Samenvatting

Neoadjuvante behandeling van HER2-positief mammacarcinoom met chemotherapie (platinum en taxanen) en dubbele HER2-blokkade (trastuzumab en pertuzumab) leidt bij veel patiënten tot een pathologische complete remissie. De TRAIN-2-studie onderzoekt of het toevoegen van anthracyclines deze resultaten verder verbetert. Daarnaast zal worden gezocht naar prognostische en predicitieve biomarkers voor respons na neoadjuvante behandeling.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2013;10:251–4)

Lees verder

Gerandomiseerde Nederlandse dosisescalatiestudie bij patiënten met een inoperabele oesofaguscarcinoom: de Art Deco-studie

NTVO - 2013, nummer 5, august 2013

dr. A. van der Gaast , drs. J.G. Reinders , dr. M.C.C.M. Hulshof

Samenvatting

De standaardbehandeling voor een medisch inoperabel of technisch irresectabel slokdarmcarcinoom is definitieve chemoradiatie. Hiermee kan een langetermijnoverleving van 25% worden bereikt. Locoregionale recidieven komen echter frequent voor (45–55%) en geven aanleiding tot veel en niet goed behandelbare klachten, en hebben waarschijnlijk ook een impact op de overleving. De Art Deco-studie onderzoekt in een gerandomiseerde opzet de waarde van een radiotherapiedosisescalatie van 50,4 Gy (standaardgroep) naar 61,6 Gy (experimentele groep), met een concomitante boosttechniek, waarbij de chemotherapie gelijk wordt gehouden in beide groepen (carboplatine en paclitaxel).

(NED TIJDSCHR ONCOL 2013;10:210–2)

Lees verder

EVAMP: pilotstudie van everolimus voor de behandeling van hamartomen en carcinomen bij patiënten met het syndroom van Peutz-Jeghers

NTVO - 2013, nummer 4, june 2013

drs. B.A.J. Bastiaansen , prof. dr. E. Dekker , prof. dr. E.J. Kuipers , prof. dr. E.M.H. Mathus-Vliegen , dr. F.A.L.M. Eskens , dr. H.J. Klümpen , dr. P. Dewint , dr. S.E. Korsse

Samenvatting

Het peutz-jeghers-syndroom (PJS) wordt gekenmerkt door gastro-intestinale poliepen en een verhoogd kankerrisico. Dit zeldzame syndroom wordt veroorzaakt door een kiembaanmutatie in het LKB1-gen. Inactivatie van LKB1 zorgt voor upregulatie van mTORC1, een eiwit betrokken bij tumorgroei. In-vitroen in-vivostudies hebben aangetoond dat mTORremming een gunstig effect heeft op PJS-geassocieerde poliepen en carcinomen. In de EVAMP-studie wordt onderzocht of everolimus een effectieve behandeling kan zijn voor patiënten met het peutzjeghers-syndroom.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2013;10:165–7)

Lees verder

ARTFORCE: een gerandomiseerde studie tussen cisplatinum of cetuximab en standaard of adaptieve hogedosisbestraling voor gevorderde hoofd-halskanker

NTVO - 2013, nummer 3, may 2013

prof. dr. C.R.N. Rasch

Samenvatting

Chemoradiatie is de standaardbehandeling voor gevorderde hoofd-halscarcinomen. Zowel cetuximab als cisplatine met bestraling zijn, alhoewel nooit direct vergeleken, gelijkwaardig in effectiviteit. Beeldvorming van radioactief gelabeld cetuximab bij hoofd-halstumoren is mogelijk. Onder de hypothese dat een lage opname van cetuximab een lage effectiviteit betekent, test de ARTFORCE-studie voor gevorderde hoofd-halstumoren deze hypothese in een gerandomiseerde fase II-studie met 268 patiënten in Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje en Nederland. Tevens zal in een tweede randomisatie een hogere dosis op de tumor zonder extra belasting voor de normale weefsels tegen normale chemoradiotherapie worden getest. De studie is open in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis. Andere partners zullen na goedkeuring van de medisch ethische commissie volgen.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2013;10:122–6)

Lees verder

GROINSS-V: GROningen INternational Study on Sentinel Nodes in Vulvar cancer

NTVO - 2013, nummer 2, march 2013

prof. dr. A.G.J. van der Zee , dr. M.H. Oonk

Samenvatting

In 2008 hebben de resultaten van de GROINSS-V-I-studie geleid tot de introductie van de schildwachtklier-procedure in de behandeling van het vroegstadium-vulvacarcinoom. Patiënten met een negatieve schildwachtklier ondergaan niet langer een inguinofemorale lymfadenectomie, wat heeft geleid tot een aanzienlijke afname van de morbiditeit van de behandeling bij deze patiënten. Verder onderzoek wordt momenteel verricht naar radiotherapie als alternatief voor een inguinofemorale lymfadenectomie bij patiënten met een positieve schildwachtklier. De resultaten van deze studie (GROINSS-V-II) worden eind 2017 verwacht.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2013;10:77–9)

Lees verder

De RAPIDO-studie: fase III-studie naar overleving van patiënten met lokaal uitgebreid rectumcarcinoom na kortdurende bestraling gevolgd door langdurige chemotherapie voorafgaand aan operatie

NTVO - 2013, nummer 1, february 2013

dr. B. van Elten , prof. dr. C.A.M. Marijnen , prof. dr. C.J.H. van de Velde , prof. dr. G.A.P. Hospers

Samenvatting

De overleving van patiënten met een lokaal uitgebreid rectumcarcinoom na een optimale lokale behandeling wordt hoofdzakelijk bepaald door het optreden van metastasen op afstand. In tegenstelling tot het coloncarcinoom laat adjuvante chemotherapie bij het rectumcarcinoom geen verbetering in overleving zien.1 De ‘Rectal cancer And Pre-operative Induction therapy followed by Dedicated Operation’ (RAPIDO)-studie onderzoekt of kortdurende bestraling gevolgd door langdurige chemotherapie vóór de operatie de overleving van deze patiëntengroep kan verbeteren.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2013;10:39–41)

Lees verder
X