klinische trial

De PREVENT-studie: een prospectieve analyse van everolimus-geïnduceerde interstitiële longziekte

NTVO - 2014, nummer 6, september 2014

drs. A.E.C.A.B. Willemsen , prof. dr. C.M.L. van Herpen , dr. J. Tol , prof. dr. J.C. Grutters , dr. N.P. van Erp , prof. dr. W.R. Gerritsen

Samenvatting

Behandeling met everolimus kan interstitiële longziekte (‘interstitial lung disease’; ILD) veroorzaken. ILD is een frequent voorkomende bijwerking die kan leiden tot ernstige morbiditeit en zelfs tot mortaliteit. Het is daarnaast regelmatig de reden voor een dosisreductie of – interruptie van everolimus.

Het klinische beloop van ILD varieert sterk tussen patiënten en er zijn momenteel geen gegevens beschikbaar op basis waarvan het beloop van ILD kan worden voorspeld. Daardoor is het nu niet mogelijk om per patiënt te bepalen of everolimus veilig gecontinueerd kan worden of dat het moet worden gestaakt om ernstige morbiditeit te voorkomen. Het identificeren van vroege, niet-invasieve predictoren kan hierbij van grote waarde zijn.

In de PREVENT-studie wordt bij patiënten met borstkanker prospectief onderzocht welke factoren voorspellend zijn voor het optreden en de ernst van everolimusgeïnduceerde ILD. Daarnaast worden de immunologische mechanismen geanalyseerd die betrokken zijn bij het ontstaan van ILD en wordt een gestandaardiseerde behandelstrategie geëvalueerd.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2014;11:244–8)

Lees verder

De androgeenreceptor in beeld: FDHT-PET/CT bij het beoordelen van (ossaal) gemetastaseerd prostaatcarcinoom

NTVO - 2014, nummer 5, august 2014

drs. H.D. Hoving , prof. dr. I.J. de Jong , drs. R.J. Dost

Samenvatting

Het onderscheid maken tussen wel of niet gemetastaseerde prostaatkanker wordt met de huidige beeldvormende technieken beperkt door matige sensitiviteit en specificiteit. Aangezien de androgeenreceptor de drijvende kracht is bij meer dan 90% van de prostaattumoren kunnen radioactief gelabelde androgenen nuttig zijn om prostaatkanker in beeld te brengen. Enkele pilotstudies zijn inmiddels verricht en toonden het ‘proof of principle’ aan. Binnenkort starten vanuit het Universitair Medisch Centrum Groningen 2 studies waarin fluor-18-gelabeld dihydrotestosteron als nieuwe klinische tracer voor de moleculaire beeldvorming van (ossaal) gemetastaseerd prostaatkanker met PET/CT wordt onderzocht. Deze tracer kan door in-vivobinding aan de androgeenreceptor zorgen voor tumorspecifieke beeldvorming en daardoor mogelijk een meer patiëntspecifieke keuze in de behandeling. De studies zijn onderdeel van het ‘Prostate Cancer Molecular Medicine’-project 030–203, onderdeel van het ‘Center for Translational Molecular Medicine’.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2014;11:205–9)

Lees verder

Een oncolytisch adenovirus als neoadjuvante behandeling voor prostaatkanker

NTVO - 2014, nummer 4, june 2014

prof. dr. C.H. Bangma , dr. E. Schenk-Braat

Samenvatting

De behandeling van kanker dat klinisch beperkt is tot de prostaat bestaat uit lokale verwijdering of bestraling van dit orgaan. In een aanzienlijk aantal gevallen is dit onvoldoende, waarschijnlijk door een onvolledige lokale therapie of door de initiële aanwezigheid van micrometastasen. De rationale voor oncolytische virotherapie bestaat uit het verminderen van tumor in de prostaat, met gelijktijdig het opwekken van een systemische immuunrespons. Deze aspecten worden bestudeerd in een fase 1-studie waarbij 1 x 10E11 tot 5 x 10E12 viruspartikels poliklinisch in de prostaat worden geïnjecteerd 3 weken voor radicale prostatectomie. Het toegediende gemodificeerde adenovirus, aangeduid met Ad[I/PPT-E1A], leidt alleen in prostaatcellen tot cellysis, omdat virusreplicatie onder strikte controle staat door de aanwezigheid van een hoogspecifieke promotor.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2014;11:166–9)

Lees verder

Oncolytische gen-immuuntherapie voor prostaatkanker

NTVO - 2014, nummer 4, june 2014

prof. dr. W.R. Gerritsen

(NED TIJDSCHR ONCOL 2014;11:165)

Lees verder

De ORCHESTRA-studie

NTVO - 2014, nummer 3, may 2014

prof. dr. C. Verhoef , dr. E.C. Gootjes , prof. dr. H.M.W. Verheul , drs. M. Neerincx , dr. T.E. Buffart , drs. T.J. Offringa

Samenvatting

Lokale behandeling van metastasen is met de huidige behandelmodaliteiten zoals chirurgie, radiofrequente ablatie, transarteriële chemo-embolisatie en stereotactisch bestralen steeds vaker mogelijk. Bij geselecteerde patiënten kan lokale behandeling van oligometastasen van colorectaal carcinoom (CRC) in de lever of long leiden tot langdurige overleving. In de literatuur worden gunstige effecten beschreven van resectie of ablatie van metastasen, wat suggereert dat patiënten met gemetastaseerd colorectaal carcinoom (mCRC) baat kunnen hebben bij maximale tumor-‘debulking’. De studies zijn echter klein, niet-gerandomiseerd, single-centrum of retrospectief. Standaard eerstelijns palliatieve behandeling van mCRC bestaat uit systemische therapie. De waarde van lokale antitumorbehandeling bij patiënten met een naar meerdere organen gemetastaseerd colorectaal carcinoom is onbekend. De ORCHESTRA-studie is de eerste prospectieve, gerandomiseerde studie waarin wordt onderzocht of toevoeging van maximale tumor-‘debulking’ aan systemische therapie de overleving van patiënten met multi-orgaan mCRC significant verbetert.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2014;11:118–21)

Lees verder

Innovatieve combinatie van doelgerichte middelen voor de behandeling van gemetastaseerd BRAF-gemuteerd colorectaal carcinoom

NTVO - 2014, nummer 2, march 2014

dr. A. Cats , prof. dr. E.E. Voest , dr. F.A.L.M. Eskens , prof. dr. J.H.M. Schellens , dr. M.P.J.K. Lolkema , prof. dr. R. Bernards , drs. R.M.J.M. van Geel , prof. dr. S. Sleijfer

Samenvatting

Bij patiënten met gemetastaseerd BRAFV600-gemuteerd (BRAFm) melanoom is behandeling met een BRAF-remmer (vemurafenib of dabrafenib) doorgaans zeer actief. Patiënten met gemetastaseerd colorectaal carcinoom met exact dezelfde mutatie vertonen als zij worden behandeld met een BRAF-remmer echter nauwelijks respons. Preklinisch onderzoek heeft aangetoond dat deze primaire ongevoeligheid wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van een intracellulair feedbackmechanisme waarbij signaaloverdracht via de epidermale groeifactorreceptor (EGFR) wordt geactiveerd. Gelijktijdige behandeling met een BRAF-remmer en een EGFR-remmer leidde in vitro tot een synergistisch cytotoxisch effect en in vivo tot volledige remming van de tumorgroei van humane coloncarcinoommodellen in muizen. Op basis van deze gegevens zijn fase I/II-studies gestart waarin de veiligheid en effectiviteit wordt onderzocht van een BRAF-remmer in combinatie met een EGFR-remmer.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2014;11:69–72)

Lees verder

Doelgerichte therapie-geassocieerde mucocutane bijwerkingen: de BeCet- en COMTT-studie

NTVO - 2013, nummer 8, december 2013

dr. A.A. Kaptein , prof. dr. A.J. Gelderblom , drs. C.B. Boers-Doets , J.A.C. Brakenhoff , prof. dr. J.W.R. Nortier

Samenvatting

Doelgerichte (‘targeted’) therapieën zoals epidermale groeifactorreceptorremmers, ‘multi-targeted’ tyrosinekinaseremmers en ‘mammalian target of rapamycin’ (mTOR)-remmers hebben alle in meer of mindere mate mucocutane bijwerkingen (‘adverse events’; mcAE’s) gemeen. Papulo-pustulaire huiduitslag, hand-voethuidreactie en stomatitis zijn de meest hinderlijke bijwerkingen. Op dit moment ontbreekt wetenschappelijke onderbouwing voor een gedegen beleid voor mcAE’s en kennis betreffende het effect van mcAE’s op de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven (‘quality of life’; QOL) en therapietrouw. Het esthetische ongemak, dat vaak gepaard gaat met jeuk of een pijnlijke huid of nagels, kan leiden tot een verminderde QOL en tot dosisreductie of onderbreking van de kankerbehandeling. Omdat tot op heden zeer beperkt gecontroleerde studies zijn uitgevoerd op grond waarvan onderbouwde adviezen voor deze mcAE’s kunnen worden geformuleerd, hebben wij 2 klinische studies opgezet. De eerste klinische studie is de BeCet-studie. Dit is een gerandomiseerd dubbelblind fase III-onderzoek naar dexpanthenolcrème (Bepanthen®) versus cetomacrogolcrème voor de preventie van papulopustulaire eruptie bij patiënten die worden behandeld met EGFRI’s (NCT01136005).

De tweede klinische studie is de COMTT-studie, een gerandomiseerd dubbelblind cross-over fase III-onderzoek met calciumfosfaatmondspoeling (Caphosol®) in vergelijking met NaCl 0,9% mondspoeling naar het verminderen van orale klachten bij patiënten die worden behandeld met doelgerichte therapie (NCT01265810).

(NED TIJDSCHR ONCOL 2013;10:343–7)

Lees verder
X