Mannen met een mutatie van het BRCA1- of het BRCA2-gen lopen een hoger risico op prostaatkanker. Dat is de conclusie uit een studie door dr. Tommy Nyberg van de universiteit van Cambridge in het Verenigd Koninkrijk. In september werden de bevindingen gepubliceerd in het online magazine European Urology.

Voor het onderzoek zijn 376 mannen met een BRCA1-mutatie en 447 mannen met een BRCA2-mutatie gevolgd die onder behandeling waren in Groot-Brittannië en Ierland. Bij 16 mannen uit de eerste groep, en 26 uit de tweede werd prostaatkanker geconstateerd.

Absoluut risico 27%

De gestandaardiseerde incidentieratio was 4,45 bij mannen met een BRCA2-mutatie. De gestandaardiseerde incidentieratio is de verhouding van het incidentiecijfer van de blootgestelde groep en het incidentiecijfer in de niet-blootgestelde groep, nadat voor bepaalde kenmerken (zoals leeftijd) is gestandaardiseerd. Bij de mannen met een BRCA2-mutatie bedroeg het absolute risico op prostaatkanker 27% op de leeftijd van 75 jaar en 60% op de leeftijd van 85 jaar. De gestandaardiseerde incidentieverhouding bij mannen met een BRCA1-mutatie was 2,35. Bij mannen met een BRCA1-mutatie jonger dan 65 jaar was dat 3,57.

Bij mannen met een BRCA2-mutatie was er een verband te zien tussen familiaire voorgeschiedenis van prostaatkanker en een significant hoger kankerrisico. Mutaties in de OCCR (ovarian cancer cluster region) van het gen duidden juist op een lager risico op prostaatkanker.

BRCA2-mutaties correleerden ook sterker met een kanker met een gleasonscore van minstens 7 dan met een kanker met een gleasonscore van 6 of lager. De gleasonscore wordt gebruikt bij het bepalen van de gradering, dat is de kwaadaardigheid, van de prostaattumor. Hoe hoger de gleasonscore, des te agressiever de tumor kan zijn. BRCA2-mutaties correleerden met een significant hoger risico op overlijden, dit in tegenstelling tot BRCA1-mutaties.

Bron
1. Lees hier het artikel in European Urology.