Nieuwe inzichten in behandeling patiënten met gevorderde uitgezaaide colorectale kanker

juni 2023 Oncotrials Willem van Altena

Een multicenter klinische studie, uitgevoerd in verschillende Nederlandse en Belgische medische instellingen en geleid door Prof. Cornelis Punt (voormalig AMC) en Dr. Rutger-Jan Swijnenburg van Cancer Center Amsterdam, vergeleek de meest actieve eerstelijns behandelingsregimes voor het verkleinen van colorectale tumoren die in eerste instantie te groot werden geacht voor chirurgie. De onderzoeksresultaten, bekend onder de naam CAIRO5, zijn gepubliceerd in The Lancet Oncology.

Eerstelijns behandelingsschema’s, ook bekend als systemische inductiebehandeling, verwijst naar de eerste, intensieve fase van chemotherapie of andere geneesmiddelentherapieën die worden gegeven aan het begin van een behandeling voor gevorderde kanker. Het doel van inductietherapie voor patiënten met vergevorderde leveruitzaaiingen van dikkedarmkanker is om grote tumoren te laten krimpen zodat chirurgische behandeling mogelijk een haalbare optie wordt.

CAIRO5

Het gerandomiseerde, open-label, fase 3 CAIRO5 onderzoek richtte zich op patiënten met dikkedarmkanker die zich presenteerden met niet-reseceerbare levermetastasen. In totaal werden 530 patiënten verdeeld in vier groepen (A, B, C en D), die elk verschillende combinaties van chemotherapie en doelgerichte therapieën kregen.

Groep A kreeg chemotherapieregimes FOLFOX of FOLFIRI in combinatie met bevacizumab, een geneesmiddel waarvan bekend is dat het de vorming van nieuwe bloedvaten in tumoren remt. Groep B kreeg daarnaast FOLFOX of FOLFIRI in combinatie met bevacizumab een intensieve combinatiechemotherapie. Voor patiënten met specifieke genetische kenmerken (linkszijdige en RAS en BRAFV600E wild-type tumoren) kregen de groepen C en D FOLFOX of FOLFIRI met bevacizumab of panitumumab, een andere doelgerichte therapie.

Na een mediane follow-up van meer dan vier jaar ontdekte het onderzoeksteam dat patiënten in groep B een langere periode zonder verslechtering van hun kanker kenden (mediane progressievrije overleving van 10,6 maanden) vergeleken met groep A (9,0 maanden). De groepen die panitumumab kregen (C en D) lieten echter geen significant klinisch voordeel zien ten opzichte van de groepen die bevacizumab kregen, en zij ondervonden bovendien meer bijwerkingen.

Sterfgevallen

De behandelingsschema’s leidden in alle groepen tot ernstige bijwerkingen, zoals neutropenie, hypertensie en diarree. Groep B, de meest effectieve behandelgroep, had het hoogste aantal ernstige bijwerkingen, inclusief zeven behandelingsgerelateerde sterfgevallen.

Het onderzoek concludeerde dat voor patiënten met aanvankelijk niet-resectabele colorectale kanker levermetastasen, FOLFOX/FOLFIRI gecombineerd met bevacizumab de voorkeursbehandeling is voor patiënten met een rechtszijdige of RAS of BRAFV600E gemuteerde primaire tumor. Bij patiënten met een linkszijdige en RAS en BRAFV600E wild-type tumor toonde het onderzoek aan dat het toevoegen van panitumumab aan de behandelingsmix geen klinische voordelen biedt en de toxiciteit kan verhogen. Deze bevindingen bieden waardevolle inzichten in effectievere en gepersonaliseerde behandelplannen voor patiënten met gevorderde dikkedarmkanker.

Referentie

Marinde J G Bond, M.J.G., et al. (2023) First-line systemic treatment strategies in patients with initially unresectable colorectal cancer liver metastases (CAIRO5): an open-label, multicentre, randomised, controlled, phase 3 study from the Dutch Colorectal Cancer Group. The Lancet Oncology. https://doi.org/10.1016/S1470-2045(23)00219-X.