Een combinatie van neoadjuvante chemotherapie met pembrolizumab resulteert in een significant verhoogd percentage complete responsen bij triple-negatieve borstkankerpatiënten. Deze resultaten zijn recent gepubliceerd in het New England Journal of Medicine.1

Eerder was al aangetoond dat het monoklonale antilichaam pembrolizumab antitumoractiviteit vertoont in combinatie met een verdraagzaam bijwerkingenprofiel bij patiënten met vroege triple-negatieve borstkanker.2,3 Het was tot dusver echter nog onduidelijk of de toevoeging van pembrolizumab aan neoadjuvante chemotherapie eveneens tot een significante verhoging van het percentage patiënten met een pathologische complete respons zou leiden.

In een fase-III studie werden patiënten met onbehandelde stadium II of stadium III triple-negatieve borstkanker gerandomiseerd naar neoadjuvante therapie in combinatie met driewekelijks vier cycli pembrolizumab (in een dosis van 200 mg) plus paclitaxel en carboplatine (n=784 ; de pembrolizumab-chemotherapiegroep) of driewekelijks een placebo plus paclitaxel en carboplatine (n=390 ; de placebo-chemotherapiegroep). De twee groepen kregen vervolgens nog vier cycli met respectievelijk pembrolizumab of placebo. Beide groepen kregen daarnaast doxorubicine-cyclofosfamide of epirubicine-cyclofosfamide toegediend. Na operatieve verwijdering van de tumor, ontvingen de patiënten elke drie weken pembrolizumab of placebo gedurende maximaal  9 cycli. De primaire eindpunten van de studie waren een complete respons op het moment van operatie en eventvrije overleving in de intention-to-treat-populatie.

Tussentijdse analyse

Bij de eerste tussentijdse analyse (n=602) was het percentage patiënten met een complete respons 64,8% (95% BI: 59,9-69,5) in de pembrolizumab-chemotherapiegroep en 51,2% (95% BI: 44,1-58,3) in de placebo-chemotherapiegroep (p<0,001). Na een mediane follow-up van 15,5 maanden lieten 58 patiënten in de pembrolizumab-chemotherapiegroep (7,4%) en 46 patiënten in de placebo-chemotherapiegroep (11,8%) een van de volgende klinische uitkomsten zien: (1) een ziekteprogressie waardoor een operatie niet meer mogelijk was, (2) een recidief (lokaal of op afstand) of een tweede primaire tumor of (3) sterfte (HR=0,63 [95% BI 0,43-0,93]). Gedurende alle behandelfasen was de incidentie van behandelingsgerelateerde bijwerkingen van graad 3 of hoger 78,0% in de pembrolizumab-chemotherapiegroep en 73,0% in de placebo-chemotherapiegroep.

Concluderend bereikten significant meer vroege triple-negatieve borstkankerpatiënten een complete respons wanneer zij werden behandeld met pembrolizumab plus neoadjuvante chemotherapie vergeleken met patiënten die een placebo plus neoadjuvante chemotherapie ontvingen.

Bronnen
1. New England Journal of Medicine
2. Annals of Oncology
3. Journal of Clinical Oncology