Volgens onderzoekers van de universiteit van Uppsala (Zweden) verlaagt het innemen van de anticonceptiepil de kans op eierstokkanker en baarmoederkanker. Zelfs tientallen jaren nadat vrouwen met de pil gestopt zijn blijkt het beschermende effect nog aanwezig. Recent verscheen een artikel over de Zweedse studie in wetenschappelijk blad Cancer Research.

De Zweedse onderzoekers wilden weten of er een verband was tussen pilgebruik en het voorkomen van borstkanker, eierstokkanker en baarmoederkanker. Om daarachter te komen werden medische gegevens van zo’n 250.000 vrouwen bestudeerd. Onderzoeker Åsa Johansson van het departement voor immunologie, genetica en pathologie van de universiteit van Uppsala stelt vast dat vrouwen die de anticonceptiepil slikten een beduidend lagere kans op eierstokkanker en endometriumkanker hadden. Zelfs 15 jaar na het stoppen met de pil lag het kankerrisico 50% lager dan dat van vrouwen die geen anticonceptiepil slikten. En zelfs 35 jaar nadien was er nog steeds een lager kankerrisico te zien.

Borstkankerrisico

Voor de suggestie dat het gebruik van de pil tot een grotere kans op borstkanker zou leiden konden de onderzoekers geen duidelijk bewijs vinden. “Wij troffen een geringe toename van het borstkankerrisico aan bij pilgebruiksters”, legt Johansson uit, “en dat verhoogde risico verdween al een paar jaar na het stoppen met de pil. Het is aannemelijk dat het borstkankerrisico voor pilgebruiksters niet veel verschilt van dat voor niet-pilgebruiksters, zelfs al is er een kleine toename in het risico op korte termijn.”

De anticonceptiepil bestaat al sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw, en geschat wordt dat 80% van de Europese vrouwen gedurende hun leve de pil hebben geslikt gedurende kortere of langere tijd. De pil werkt door toediening van een synthetische vorm van de hormonen oestrogeen en progestin, die ovulatie verhinderen.

Eierstokkanker en baarmoederkanker (ook bekend als endometriumkanker) behoren tot de meest voorkomende gynaecologische kankers. Endometriumkanker komt iets vaker voor en wordt doorgaans in een vroeger stadium gedetecteerd omdat het sneller symptomen geeft. Daardoor is de sterfte relatief laag. Bij eierstokkanker is dat anders: deze kanker wordt doorgaans pas ontdekt als er al uitzaaiingen zijn, en dat maakt de prognose een stuk slechter.

Nederland

In 2019 kregen 1.292 vrouwen de diagnose eierstokkanker. Het merendeel van deze vrouwen was ouder dan 60 jaar. De overleving is niet gunstig: na 5 jaar zijn gemiddeld nog 38 van de 100 vrouwen in leven. Bijna driekwart (73%) van de patiënten wordt gediagnosticeerd in stadium 3 of 4. Vooral voor deze vrouwen is de prognose slecht: de 5-jaars overleving bij stadium 3 is 27%, bij stadium 4 is dat 13%.

Baarmoederkanker komt vaker voor dan eierstokkanker. In 2019 kregen 2.069 vrouwen de diagnose baarmoederkanker en ook hier betreft dat merendeels vrouwen van ouder dan 60 jaar. De overleving van baarmoederkanker is veel beter dan bij eierstokkanker: na 10 jaar zijn gemiddeld nog 77 van de 100 vrouwen in leven. Een reden daarvoor is het feit dat baarmoederkanker vaak vroeg gedetecteerd wordt: 78% van de patiënten krijgt de diagnose al wanneer ze nog in stadium 1 verkeren. Naarmate de diagnose later plaatsvindt neemt de overleving wel sterk af. Bij stadium 4 leven na 5 jaar gemiddeld nog 15 van de 100 vrouwen.

Referentie

Karlsson T, Johansson T, Höglund T, Ek W, Johansson Å. Time-dependent effects of oral contraceptive use on breast, ovarian and endometrial cancers. Cancer Research, 2020 DOI: 10.1158/0008-5472.CAN-20-2476