De klinische impact van COVID-19 bij kankerpatiënten

juni 2020 ASCO 2020 Willem van Altena

Het is nodig om grotere datasets van representatieve kankerpatiëntcohorten te verzamelen om een beter beeld te krijgen van de klinische impact van COVID-19 op kankerpatiënten, omdat kankerpatiënten wellicht een groter risico lopen op een ernstiger verloop van COVID-19. Het COVID-19 en Cancer Consortium (CCC19) heeft klinische gegevens van kankerpatiënten geïnfecteerd met COVID-19 van 104 instellingen bijeengebracht. Een eerste analyse van deze data toont aan dat het mortaliteitsrisico bij deze patiënten hoog is en geassocieerd is met risicofactoren die in de algehele populatie voorkomen, maar ook met risicofactoren die specifiek zijn voor kankerpatiënten.

Introductie

De effecten van COVID-19 op kankerpatiënten zijn nog niet duidelijk. Alle gepubliceerde data betreffen kleine cohorten waarin de focus vaak ligt op een specifieke regio of waar andere limiterende factoren aanwezig zijn. Kankerpatiënten zijn vaak ouder, hebben comorbiditeiten en moeten met enige regelmaat een ziekenhuis bezoeken. Dit geeft een mogelijk verhoogd risico om geïnfecteerd te worden met COVID-19. Verder hebben deze patiënten door tumoren en/of de kankerbehandeling een verminderd immuunsysteem en een lagere performance status vergeleken met de algehele populatie. Er is dus een dringende behoefte om data van grotere en meer representatieve cohorten te verzamelen om de impact van COVID-19 op kankerpatiënten te kunnen bestuderen.

Om dit te bewerkstelligen is op 15 maart 2020 het COVID-19 en Cancer Consortium (CCC19) opgericht. Dit consortium is open voor deelname op siteniveau voor de Verenigde Staten en Canada, maar ook verslagen van anonieme patiënten uit Argentinië, Canada, Europa, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk worden meegenomen. In totaal doen er 104 instituten mee en in de eerste analyse zijn 928 patiënten geïncludeerd. Dit betreffen zowel verslagen van patiënten die nu ziek zijn als verslagen van patiënten die een COVID-19-infectie hebben doorgemaakt.

Resultaten

Van de geanalyseerde patiënten was 50% man en de mediane leeftijd was 66 jaar. Dit is veel hoger dan de mediane leeftijd die gerapporteerd wordt in andere, meer algemene COVID-19 rapporten en dit is consistent met kankerdiagnose. Van belang hierbij is dat ongeveer een derde van de patiënten ouder is dan 75 jaar. De meeste patiënten waren blank (50%), een Afrikaanse, Amerikaanse en Spaanse afkomst kwam elk ongeveer 16% voor.

Tijdens de COVID-19 infectie werd 39% van de patiënten behandeld voor hun tumoren en 43% van de patiënten hadden actieve (meetbare) kanker. De meeste patiënten (68%) hadden een ECOG performance status (ECOG PS) van 0-1 en 8% van de patiënten had een ECOG PS van 2. De helft van de patiënten (52%) had nooit gerookt, 37% had wel gerookt, maar was gestopt en 5% van de patiënten rookten nog (van 6% van de patiënten was deze status niet bekend. De meest voorkomende tumoren waren borstkanker (21%), prostaatkanker (16%), gastro-intestinale tumoren (12%), lymfomen (11%) en hoofd-halstumoren (10%).

Na een mediane follow-up van 21 dagen, waren er 121 (13%) patiënten overleden. Al deze patiënten waren overleden binnen 30 dagen na de diagnose COVID-19. Dit percentage ligt 2 maal zo hoog als het ‘gemiddelde’ wereldwijde sterftepercentage, welke wordt geschat op 6,5%. Mannen (17%), vroegere rokers (20%), een leeftijd boven de 75 jaar (25%), actieve of stabiele kanker (14%), actieve progressieve kanker (35%) en een ECOG-PS van 2 of meer (5%) zijn onafhankelijk geassocieerd met een verhoogd mortaliteitsrisico.

Het enige kenmerk geassocieerd met een lager mortaliteitsrisico is de afwezigheid van comorbiditeiten. Het aantal patiënten in deze groep was echter zeer klein (n=3) en er werd geen statistische significantie bereikt. Er werd verder geen significant verschil gevonden gebaseerd op ras of etniciteit. Van de kankerpatiënten met een COVID-19 infectie moest 50% worden opgenomen en 23% van deze patiënten overleed. Veertien procent van de geïnfecteerde patiënten moesten worden behandeld op de IC, van wie 38% overleed.

In het bijzonder in de subgroep van patiënten boven de 75 jaar en in de subgroep van patiënten met een ECOG PS van 2 of meer overleden veel patiënten (respectievelijk 54% en 68%). Twaalf procent van de patiënten moest worden geïntubeerd van wie 43% overleed. Patiënten met een hogere leeftijd en patiënten met een slechte performance status hadden een sterk verhoogd risico om te overlijden (respectievelijk 59% en 85%)

Conclusie

De mortaliteit onder kankerpatiënten met een COVID-19 infectie is met 13% hoog. Deze mortaliteit is geassocieerd met risicofactoren die ook voor de algehele populatie gelden (waaronder geslacht en rookstatus), maar ook met specifieke kankergerelateerde factoren (ziekteprogressie, etc.). Onafhankelijke factoren die geassocieerd zijn met een verhoogde mortaliteit zijn hoge leeftijd, voormalige roker, aantal comorbiditeiten, een ECOG PS ≥ 2 en actieve tumoren. De combinatiebehandeling met azitromycine en hydroxychloroquine was geassocieerd met een verhoogde mortaliteit. De validiteit van deze observatie blijft echter onzeker vanwege het hoge risico op residuele confounderfactoren. Verder waren een hoge leeftijd, een slechte performance status en progressieve kanker geassocieerd met een verhoogde mortaliteit, zeker in de subgroepen die opgenomen moesten worden op de IC of geïntubeerd moesten worden. Grotere patiëntgroepen en een langere follow-up zijn zeker nog nodig om een vollediger beeld te krijgen van de impact van COVID-19 op specifieke patiëntgroepen.

Referentie

Warner JL, Rubinstein SM, Grivas P, et al. Clinical impact of COVID-19 on patients with cancer: Data from the COVID-19 and Cancer Consortium (CCC19). Gepresenteerd tijdens ASCO 2020; Abstract LBA110.

X