Associatie vastgesteld tussen hoger vitamine B6-gehalte en betere overleving bij colorectale kanker

augustus 2022 Wetenschap Willem van Altena

Patiënten met colorectale kanker die voorafgaand aan een resectie een hoger vitamine B6-gehalte hebben blijken een overleving te hebben dan patiënten die dat niet hebben. In een recente studie door onderzoekers van de Vanderbilt University in Nashville (V.S.), die is gepubliceerd in vakblad American Journal of clinical nutrition. bleken zowel de algehele overleving (overall survival, OS) als de ziektevrije overleving (disease-free survival, DFS) beter te zijn.

Het is al geruime tijd bekend dat een hoger vitamine B6-gehalte wordt geassocieerd met een lager risico op colorectale kanker. Maar er was nog niet eerder onderzoek gedaan naar het effect van een hoog vitamine B6-gehalte op de behandeluitkomsten van CRC-patiënten.

Studieopzet

In een internationale prospectieve studie werden 2031 patiënten geïncludeerd met stadium I-III colorectale kanker uit het FOCUS-consortium, dat onderzoek doet naar de relatie tussen foliumzuur en colorectale kanker. Het vitamine B6-gehalte werd vastgesteld voorafgaand aan de operatie, en door middel van COX-regressie werd de associatie met OS, DFS en terugkeer van de ziekte geanalyseerd.

Na een mediane follow-up van 3,2 jaar bleek een hoger preoperatie vitamine B6-gehalte een associatie te vertonen met 16% tot 32% hogere OS. Er was sprake van een consistente associatie tussen een hoger vitamine B6-gehalte bij alle tumorlocaties. Er werd echter geen associatie waargenomen tussen preoperatie vitamine B6-niveaus en DFS of terugkeer van de ziekte.

Concluderend stelden de onderzoekers dat er inderdaad redenen zijn om aan te nemen dat een hogere vitamine B6-status geassocieerd kan worden met een lager risico op colorectale kanker en een betere overleving.

Referentie

Holowatyj AN, Ose J, Gigic B, Lin T, et al. Higher vitamin B6 status is associated with improved survival among patients with stage I-III colorectal cancer. Am J Clin Nutr. 2022 Aug 4;116(2):303-313

X