Articles

De ‘Groningen International Study on Sentinel nodes in Vulvar cancer’ (GROINSS-V) III: radiochemotherapie voor patiënten met een positieve schildwachtklier

NTVO - 2022, nummer 1, february 2022

dr. M.H. Oonk , prof. dr. A.K.L. Reyners , prof. dr. A.G.J. van der Zee , prof. dr. C.L. Creutzberg

SAMENVATTING

In 2008 hebben de resultaten van de GROINSS-V-I-studie geleid tot de introductie van de schildwachtklierprocedure in de behandeling van het vroeg-stadiumvulvacarcinoom. Patiënten met een negatieve schildwachtklier ondergaan niet langer een inguinofemorale lymfadenectomie, resulterend in een aanzienlijke afname van de morbiditeit van de behandeling bij deze patiënten. GROINSS-V-II heeft aangetoond dat radiotherapie een veilig alternatief is voor patiënten met een micrometastase (metastase ≤2 mm) in de schildwachtklier, met minder behandelingsgerelateerde morbiditeit. Recentelijk is GROINSS-V-III gestart met includeren. In deze studie wordt onderzocht of radiochemotherapie een veilig alternatief is voor een inguinofemorale lymfadenectomie bij patiënten met een macrometastase (metastase >2 mm) in de schildwachtklier.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2022;19:35-7)

Lees verder

COVID-19 als katalysator: onderzoek naar ervaringen met oncologische zorg op afstand door middel van telefonische consulten

NTVO - 2021, nummer 8, november 2021

M.J. Pet , E.H.M. Bossink , F.M. van Erkel , dr. G.B. Halmos , prof. dr. B.L. van Leeuwen , prof. dr. A.K.L. Reyners , dr. M.J. Wiegman , dr. G.A. Welker , prof. dr. B.C. van Muster , dr. H.J. van der Zaag-Loonen , prof. dr. M.J.E. Mourits

SAMENVATTING

COVID-19 dwong zorginstellingen om in hoog tempo alternatieve vormen van follow-up-zorg te implementeren, waaronder het telefonische consult. Door middel van semigestructureerde interviews met patiënten (n=82) en zorgverleners (n=58) is de ervaren kwaliteit van zorg op zeven verschillende afdelingen van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) onderzocht. Vijf van de zeven afdelingen betrof oncologische zorg: chirurgische, dermatologische, gynaecologische, hoofd-hals- en medische oncologie. Zowel bij zorgverleners als patiënten bleek het merendeel tevreden over het gebruik van telefonische consulten binnen de follow-up-zorg tijdens de pandemie als alternatief voor de reguliere follow-up. Door de afwezigheid van non-verbale communicatie en lichamelijk onderzoek waren sommige patiënten minder gerustgesteld, resulterend in een verminderd gevoel van veiligheid. Dit gevoel was opvallend meer aanwezig bij oncologische patiënten ten opzichte van de niet-oncologische specialismen betrokken in het onderzoek. Een deel van de zorgverleners kon bij het ontbreken van lichamelijk onderzoek toch een consult voeren waarin naar omstandigheden het beoogde doel werd behaald, namelijk het zorgvuldig in kaart brengen van de huidige (gezondheids) situatie van de patiënt. Dit werd bereikt door middel van een uitgebreide(re) telefonische anamnese en aanvullend onderzoek – bijvoorbeeld bloedonderzoek dat prepandemisch standaard werd uitgevoerd en gedurende de pandemie ook (al dan niet buiten het ziekenhuis) kon worden gerealiseerd. Een ander deel van de zorgverleners voelde grote onzekerheid bij het niet kunnen uitvoeren van het lichamelijk onderzoek en had het gevoel: ‘je weet niet wat je mist’. Er bleek dan ook grote vraag naar cijfers betreffende de veiligheid en kans op missen van diagnosen. Fysieke follow-up compleet afschaffen lijkt tot dusverre ondenkbaar. Maatwerk is de toekomst, waarbij per type kanker en per individu een passend follow-up-schema wordt opgesteld met de mogelijkheid tot afwisselend fysieke en telefonische consulten, op geleide van de wensen van zowel patiënt als zorgverlener.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2021;18:265–9)

Lees verder

Bij diagnose uitgezaaide kanker: het belang van een tweesporenbeleid

NTVO - 2021, nummer 6, september 2021

ir. M.A. de Peuter , drs. F.A.R.M. Warmerdam , dr. M.J. Aarts , dr. N. Raijmakers , prof. dr. A.K.L. Reyners , dr. H.P. Fransen

SAMENVATTING

Jaarlijks horen 21.000 mensen (20% van alle mensen die de diagnose kanker krijgen) in Nederland dat zij kanker hebben met uitzaaiingen bij diagnose (primair of synchroon gemetastaseerd). De grootste groep patiënten met uitgezaaide kanker bij diagnose betreft patiënten met longkanker, gevolgd door patiënten met prostaatkanker en dikkedarmkanker. De locatie van de metastasen verschilt per primaire tumor, maar metastasering vindt in het algemeen vooral plaats naar niet-regionale lymfeklieren, lever, bot en longen. De mediane overleving van patiënten met synchrone metastasen gediagnosticeerd in de periode 2014–2018 is 6,3 maanden. Hoewel de mediane overleving van de totale groep patiënten met synchrone metastasen in de afgelopen 10 jaar nauwelijks is verbeterd, zijn bij een aantal kankersoorten wel verbeteringen te zien. Omdat vooraf vaak niet duidelijk is of een behandeling zal aanslaan, wordt gepleit voor een proactief tweesporenbeleid. Tumorgerichte behandelmogelijkheden dienen vanaf het begin hand in hand te gaan met aandacht voor de mogelijkheden die palliatieve zorg biedt. Dit zal de kwaliteit van leven van mensen met uitgezaaide kanker ten goede komen.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2021;18:186-93)

Lees verder

Modulaire revisie van de richtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van pijn bij patiënten met kanker’

NTVO - 2020, nummer 2, april 2020

dr. A. de Graeff , prof. dr. M.H.J. van den Beuken-Erverdingen , dr. M.J.M.M. Giezeman , drs. H.M. Klaren-Florijn , B. Kramp , drs. M.J.M. Martens , drs. M.J. Oortman , drs. P. Oosterhof , prof. dr. A.K.L. Reyners , M.A.S. Schielke , drs. M.C. Sieders , dr. M.F.M. Wagemans , drs. M.G. Gilsing , drs. I. van Trigt

SAMENVATTING

De richtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van pijn bij patiënten met kanker’ (laatste versie 2015) is in 2019 modulair herzien en samengevoegd met de richtlijn ‘Pijn in de palliatieve fase’. De leden van de werkgroep zijn gemandateerd namens diverse wetenschappelijke, beroeps- en patiëntenverenigingen. De modules over nietmedicamenteuze behandeling, medicamenteuze behandeling, invasieve behandeling en speciale patiëntengroepen zijn ‘evidence-based’ herzien. Sommige andere ‘consensus-based’ modules zijn herzien of nieuw toegevoegd. In dit artikel wordt een kort overzicht gegeven van de meest relevante veranderingen, nieuwe modules en belangrijkste aanbevelingen van de nieuwe richtlijn.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2020;17:66–9)

Lees verder

Het DOMEC-onderzoek: een fase 2-onderzoek naar de effectiviteit van ‘checkpoint’- en PARP-remming bij gerecidiveerd endometriumcarcinoom

NTVO - 2019, nummer 8, december 2019

drs. C.C.B. Post , dr. A.M. Westermann , dr. T. Bosse , dr. I.A. Boere , dr. R.I. Lalisang , dr. P.B. Ottevanger , prof. dr. A.K.L. Reyners , prof. dr. G.S. Sonke , dr. P.O. Witteveen , ir. W.M. Meershoek-Klein Kranenbarg , prof. dr. H. Putter , dr. M.J.P. Welters , prof. dr. S.H. van der Burg , dr. R.A. Nout , prof. dr. C.L. Creutzberg , dr. J.R. Kroep

SAMENVATTING

Vergevorderd (gerecidiveerd, niet-resectabel of gemetastaseerd) endometriumcarcinoom heeft een slechte prognose. Voor vrouwen met afstandsmetastasen van een endometriumcarcinoom bedraagt de 5-jaarsoverleving slechts 10–20%. Eerstelijns- systemische therapie bestaat uit platinum-bevattende chemotherapie of hormoontherapie gevolgd door chemotherapie. Er is geen standaard vervolgbehandeling. Moleculaire tumoreigenschappen kunnen een aangrijpingspunt zijn voor meer gepersonaliseerde vervolgbehandeling, zoals poly-(ADP-ribose)polymerase (PARP)-remming en immuuntherapie. PARP-remmers blokkeren een eiwit dat kankercellen gebruiken om DNA te herstellen. Dit leidt voornamelijk in homologe recombinatiedeficiënte (HRD) tumoren, zoals tumoren met een BRCA-genmutatie, tot celdood. Met name bij het niet-endometrioïd endometriumcarcinoom komt HRD frequent voor en lijken PARP-remmers een aantrekkelijke behandelmogelijkheid. Immuuntherapie met ‘checkpoint’-blokkade van ‘programmed cell death protein-1’ (PD-1)/’programmed cell death ligand 1’ (PD-L1) heft de remming van de T-cel-gemedieerde immuunrespons op. In endometriumcarcinomen met een hoge mutatiefrequentie, zoals tumoren met polymerase-epsilon (POLE)- mutatie of ‘mismatch-repair’-deficiëntie, is de responskans op PD-L1-blokkade relatief hoog. Verondersteld wordt dat combinatiebehandeling met PARP-remming en ‘checkpoint’-blokkade een synergistisch antitumoreffect oplevert. Het DOMEC-onderzoek (‘Durvalumab and Olaparib in Metastatic/recurrent Endometrial Cancer’) is een Nederlands, prospectief, multicenter, fase 2-’Dutch Gynaecology Oncology Group’ (DGOG)-onderzoek naar de werkzaamheid van de PD-L1-blokker durvalumab (elke vier weken 1.500 mg intraveneus) in combinatie met PARP-remmer olaparib (tweemaal daags 300 mg tablet) bij 55 patiënten met gerecidiveerd, niet-resectabel of gemetastaseerd endometriumcarcinoom, inclusief carcinosarcoom uitgaande van de uterus. Primair eindpunt is progressievrije overleving; secundaire eindpunten zijn responskans, algehele overleving, toxiciteit en voorspellende biomarkers.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2019;16:334–9)

Lees verder

De GALLOP-studie

NTVO - 2015, nummer 1, february 2015

dr. P.A. Boonstra , prof. dr. A.K.L. Reyners

Samenvatting

Gastro-intestinale stromaceltumoren zijn zeldzame mesenchymale tumoren van het spijsverteringsstelsel. Door een mutatie in het KIT- of PDGFRα-gen blijft de bijbehorende tyrosinekinasereceptor continu geactiveerd met ongeremde celdeling tot gevolg. De enige curatieve behandeling bestaat uit resectie. In (neo)adjuvante en palliatieve setting kan worden behandeld met verschillende tyrosinekinaseremmers (TKI’s). Vrijwel alle patiënten worden resistent voor deze TKI’s vanwege onder andere secundaire mutaties. Door middel van analyse van circulerend tumor-DNA (ctDNA) zal worden gezocht naar deze secundaire mutaties. Er wordt een landelijke biobank opgezet met GIST-patiënten. Het doel van de studie is het ontwikkelen van een model om secundaire resistentie te voorspellen op basis van analyse van ctDNA. Daarna wordt onderzocht of beleidsveranderingen aan de hand van dit model resulteren in een toegenomen progressievrije overleving.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2015;12:33–6)

Lees verder

DEXA en PEEP: 2 landelijke, multicentrum, gerandomiseerde, palliatieve radiotherapiestudies bij patiënten met pijnlijke ossale metastasen ter verbetering van pijnklachten en kwaliteit van leven

NTVO - 2012, nummer 2, march 2012

dr. P.G. Westhoff , J.I. Geerling , dr. A. de Graeff , prof. dr. A.K.L. Reyners , dr. Y.M. van der Linden

Samenvatting

Voor patiënten met pijnlijke ossale metastasen is palliatieve radiotherapie een effectieve behandeling. Het doel is vermindering van de pijnklachten en daarmee verbetering van de kwaliteit van leven.

Een mogelijke bijwerking kort na de behandeling, is een tijdelijke toename van pijn, de zogenoemde pijnflare, welke mogelijk kan worden voorkomen door orale toediening van dexamethason. De DEXA-studie richt zich op de vraag of het kortdurend preventief gebruik van dexamethason het optreden van deze pijnflare kan voorkómen en hiermee mogelijk de kwaliteit van leven van deze patiënten verder kan verbeteren.

De PEEP-studie richt zich op de pijnbeleving in deze patiëntengroep. De vraagstelling van deze studie is of gerichte pijneducatie en follow-up de pijnintensiteit kan verminderen en daarmee de kwaliteit van leven kan verbeteren.

Voor beide studies is subsidie ontvangen van ZonMw en KWF Kankerbestrijding.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2012;9:89–91)

Lees verder
X