Spreker: Prof. Thomas Powles, MD, Barts Cancer Institute, Experimental Cancer Medicine Centre, Queen Mary University of London, St Bartholomew’s Hospital, Londen, Verenigd Koninkrijk

Een analyse van 700 patiënten met niet-operabel, lokaal gevorderd of gemetastaseerd urotheelcarcinoom bij wie de ziekte geen progressie vertoonde na op platinum gebaseerde eerstelijnschemotherapie, liet zien dat avelumab veilig gebruikt kan worden als onderhoudsbehandeling bij deze patiënten. De resultaten van de JAVELIN Bladder 100-studie toonden aan dat avelumab in combinatie met ‘best supportive care’ (BSC) in vergelijking met alleen BSC de overleving (‘overall survival’, OS) significant verlengde bij zowel de gehele populatie als de patiënten die PD-L1 positieve tumoren hadden. Ook was de progressievrije overleving (‘progression-free survival’, PFS) bij deze patiënten verlengd na toevoeging van avelumab aan BSC.

Introductie

Hoewel de meeste patiënten met gevorderd urotheelcarcinoom ziektecontrole bereiken na op platinum gebaseerde eerstelijnschemotherapie (percentage ziektecontrole: 65-75%), is de PFS en OS vaak kort als gevolg van chemotherapieresistentie. PD-L1/PD-1-remmers, zoals avelumab, zijn nu de standaard tweedelijnsbehandelmogelijkheid voor patiënten bij wie de ziekte progressie vertoont na op platinum gebaseerde chemotherapie. Slechts 25-55% van de patiënten ontvangt echter tweedelijnsbehandeling en slechts een minderheid van deze patiënten laat een klinisch duurzaam effect zien. Dit was de aanleiding om in de JAVELIN Bladder 100-studie avelumab als eerstelijnsonderhoudsbehandeling te onderzoeken bij patiënten bij wie de ziekte geen progressie vertoont na op platinum gebaseerde inductiechemotherapie.

Methode

De JAVELIN Bladder 100-studie is een multicentrische, gerandomiseerde, open label, fase III-studie. Er werden 700 patiënten geïncludeerd met niet-operabel, lokaal gevorderd of gemetastaseerd urotheelcarcioom, bij wie de ziekte geen progressie vertoonde na 4 tot 6 cycli platinum gebaseerde eerstelijnschemotherapie met cisplatine plus gemcitabine of carboplatine plus gemcitabine. Na een behandelingsvrij interval van 4-10 weken, werden patiënten gerandomiseerd (1:1) tussen intraveneus avelumab (10 mg/kg elke twee weken) in combinatie met (BSC) of alleen BSC tot ziekteprogressie, onaanvaardbare toxiciteit of het intrekken van de toestemming. BSC omvatte antibiotica, voedingsondersteuning, hydratatie, pijnmanagement en palliatieve lokale radiotherapie afhankelijk van de behoefte van de patiënt en de beoordeling van de betrokken artsen. Een andere systemische anti-tumorbehandeling was niet toegestaan. Stratificatie werd gebaseerd op de beste respons op eerstelijnschemotherapie (complete respons, partiële respons of stabiele ziekte) en plek van metastasen (visceraal versus niet-visceraal). Het primaire eindpunt van de JAVELIN Bladder 100-studie was OS in zowel de gehele studiepopulatie als de patiënten met PD-L1 positieve tumoren.

Resultaten

Mediane OS in de groep patiënten behandeld met avelumab plus BSC was 21,4 maanden in vergelijking met 14,3 maanden voor de patiënten behandeld met alleen BSC. Dit resulteert in een statische significante risicoreductie op overlijden van 31% (HR [95%BI]: 0,69 [0,56-0,86], p<0,001). Na 18 maanden was 61% van de patiënten in de avelumab + BSC-arm nog in leven in vergelijking met 44% van de patiënten die alleen met BSC zijn behandeld. Ook bij de subgroep van patiënten met PD-L1 positieve tumoren resulteerde behandeling met avelumab + BSC in een significant verlengde overleving in vergelijking met de patiënten die alleen BSC ontvingen (HR [95%BI]: 0,56 [0,40-0,78]). Analyses lieten zijn dat dit OS-voordeel in alle onderzochte subgroepen aanwezig was, waaronder ECOG performance status, eerstelijnschemotherapie regimen, beste respons op eerstelijnschemotherapie, plek van metastasen aanwezig op baseline, creatineklaring en PD-L1-status. De progressievrije overleving, beoordeeld door geblindeerde onafhankelijke centrale review, was in de gehele populatie 3,7 maanden bij patiënten behandeld met avelumab + BSC in vergelijking met 2,0 maanden bij patiënten die alleen BSC kregen (HR [95%BI]: 0,62 [0,52-0,75], p<0,001). Behandeling met avelumab werd goed getolereerd en het bijwerkingenprofiel in de JAVELIN Bladder 100-studie kwam overeen met eerdere studies naar checkpointremmers bij urotheelcarcinoom

Conclusies

Het primaire eindpunt van de JAVELIN Bladder 100-studie werd behaald; de OS werd significant verlengd door eerstelijnsonderhoudsbehandeling met avelumab in vergelijking met BSC, zowel in de gehele populatie als bij patiënten met PD-L1 positieve tumoren. Dit OS-voordeel was consistent bij alle vooraf bepaalde subgroepen, waaronder eerstelijnschemotherapie regimen (cisplatine- of carboplatine-gebaseerd) en beste respons op eerstelijnschemotherapie (compleet, partieel of stabiele ziekte). Verder zijn de bijwerkingen goed te managen en consistent met eerdere studies waarin monotherapie met avelumab is toegepast. Concluderend kan dus gesteld worden dat eerstelijnsonderhoudsbehandeling met avelumab bij patiënten bij wie de ziekte geen progressie vertoont op platinum gebaseerde chemotherapie een nieuwe eerstelijnsstaandaardbehandeling kan worden voor patiënten met gevorderd urtheelcarcinoom.

Referentie

Powles T, Park SH, Voog E, et al. Maintenance avelumab + best supportive care (BSC) versus BSC alone after platinum-based first-line chemotherapy in advanced urothelial carcinoma: JAVELIN Bladder 100 phase III interim analysis. Gepresenteerd tijdens ASCO 2020; Abstract LBA1.