Onzichtbare bloeddeeltjes in de urine blijken mogelijke indicatoren voor blaaskanker, nierkanker of urinewegkanker te zijn. Dat is de uitkomst van een meta-analyse die werd uitgevoerd door wetenschappers aan de universiteit van Sheffield (VK), waarover het vakblad European Urology eind november publiceerde.

Volgens onderzoeker dr. Marcus Cumberbatch zijn onzichtbare bloeddeeltjes in de urine op zich niet ongewoon, en lang niet altijd een teken van mogelijke kanker. Maar, stelt hij, vooralsnog is bloed in de urine wel de duidelijkste biomarker die er bestaat om mogelijke kanker te wijzen. Het is nu vooral zaak om het urine-onderzoek te verfijnen en te verbeteren zodat eerder duidelijk wordt welke patiënten wel en welke niet verder in de diagnostische molen hoeven.

Bevolkingsonderzoek

Het onderzoek in Sheffield was erop gericht om vast te stellen of er een evidence-based diagnostische standaardnorm voor urologen kan komen, en of er mogelijk zelfs een bevolkingsonderzoek naar blaaskanker en nierkanker kan komen op basis van thuis ingezamelde urinemonsters.

Vooralsnog was zo’n breed onderzoek (zoals we al wel kennen bij borstkanker en darmkanker) te duur en vooral te vaag om uit te rollen. Hoeveel monsters moet iemand afstaan, over welke leeftijdsgroep gaat het, hoe vaak zou er getest moeten worden, en welke screeningmethode wordt er gebruikt? Daarover bestaat nog geen consensus.

Roken

In de studie werden gegevens van bijna 20.000 patiënten bekeken. Het bleek, dat bij minder dan 1% van hen urinewegkanker werd geconstateerd nadat er microscopische bloeddeeltjes in de urine waren aangetroffen. Daarbij maakte de leeftijd van de patiënt wel verschil, net als het geslacht –bij mannen komt urinewegkanker vaker voor dan bij vrouwen- en of iemand wel of niet rookte.

Ondanks dat de onderzoekers zeer uiteenlopende resultaten aantroffen, en dat de meeste patiënten bij wie microscopische bloeddeeltjes in de urine niet verder onderzocht werden, kwamen ze toch tot een aanbeveling. Namelijk: dat patiënten die ouder dan 40 zijn, bij wie microscopische bloeddeeltjes in de urine aangetroffen zijn, nader onderzocht moeten worden. Met name moet er dan een cytoscopie en een echo-onderzoek gedaan worden, of een tomografische urogram van de urinewegen.

Bron
1. Lees het oorspronkelijke artikel op Pubmed.