Sinds 2010 worden alle meisjes die 13 jaar oud worden via het Rijksvaccinatieprogramma in de gelegenheid gesteld om zich te laten vaccineren tegen het humaan papillomavirus (HPV), dat een bekende veroorzaker van baarmoederhalskanker is. Maar als het aan de Gezondheidsraad ligt zouden jongens ook tegen het virus ingeënt moeten worden. In juni heeft de raad dat geadviseerd aan staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS).

HPV is een seksueel overdraagbaar virus. Het veroorzaakt niet alleen baarmoederhalskanker maar vergroot ook het risico op andere vormen van kanker, die ook jongens kunnen treffen, vooral aan de geslachtsdelen en lichaamsopeningen. Het HPV-vaccin vermindert HPV-infecties en voorstadia van kanker in 80 tot 100% van de gevallen.

Baarmoederhalskanker is een ernstige soort kanker. Elk jaar worden er in Nederland zo’n 800 nieuwe gevallen geconstateerd, en 200 vrouwen overlijden elk jaar aan de ziekte. Minder bekend is dat er ook 30 mannen per jaar aan peniskanker overlijden. De HPV-inenting verkleint ook de kans op die ziekte.
Vaccinatie biedt directe bescherming, maar leidt ook tot groepsbescherming (‘herd immunisation’). Ook voor niet-gevaccineerden neemt het risico op een infectie af. Opname van jongens in het vaccinatieprogramma zou de groepsimmuniteit sterk bevorderen, en dus ook het risico op baarmoederhalskanker bij meisjes verkleinen.

De HPV-vaccinatie is al sinds de invoering in 2010 omstreden. Tegenstanders stellen dat de vaccinatie allerlei bijwerkingen heeft, zoals chronische vermoeidheid. De vaccinatiebereidheid is mede daarom laag: minder dan de helft van alle meisjes (in 2018 was dat 45,5%) die voor de prik in aanmerking komen laat zich vaccineren.

Het Rijksvaccinatieprogramma staat al enkele jaren onder druk, maar daar lijkt een kentering in te komen. Jarenlang nam de vaccinatiegraad voor bijvoorbeeld de mazelen met 2 a 3% af. Bij HPV was de afname in 2018 zelfs 8%. De laatste cijfers laten echter een stabilisatie in de vaccinatiecijfers zien.
De Gezondheidsraad blijft niettemin waakzaam, en beveelt mede daarom aan om meisjes –en straks dus ook jongens- al vanaf het negende jaar te vaccineren.