Leidse onderzoekers willen schildkliertumor ‘resetten’ voor betere behandeling

februari 2022 Medisch onderzoek Willem van Altena
Human thyroid anatomy. 3d illustration

Patiënten met schildklierkanker worden doorgaans behandeld door middel van bestraling met radioactief jodium-131. Maar bij een deel van deze patiënten treedt na verloop van tijd resistentie op tegen deze behandeling. Onderzoekers aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) denken nu een manier gevonden te hebben om schildkliertumoren die ongevoelig zijn geworden voor behandeling met radioactief jodium, met een ander geneesmiddel weer vatbaar te maken voor deze behandeling. Onlangs is een klinische studie gestart om dit vast te stellen.

Lenvatinib

Schildkliercellen nemen jodium op en houden het vast, en dat is de reden dat bestralen met jodium-131 een goede behandeloptie is. Maar bij zo’n 30 tot 40 patiënten per jaar treedt ongevoeligheid voor jodium-131 op. Dan wordt overgeschakeld op behandeling met lenvatinib, maar dat middel brengt veel bijwerkingen met zich mee, en dat zorgt voor een lagere kwaliteit van leven.

Maar eerder onderzoek heeft aangetoond dat sommige medicijnen de schildklier in staat kunnen stellen om opnieuw jodium op te kunnen nemen, en de Leidse onderzoekers willen nu vaststellen of dat mogelijk ook geldt voor lenvatinib. Als dat zo is, en blijkt dat de schildkliertumor als het ware wordt ‘gereset’, dan hoeven patiënten minder lang met lenvatinib behandeld te worden alvorens ze opnieuw met jodium behandeld kunnen worden. Dit is in het kort de achtergrond van de RESET-studie.

Jodium-124

Aan de RESET-studie doen in totaal 12 patiënten mee die vergevorderde of uitgezaaide schildklierkanker hebben die geen jodium-131 meer opneemt. Na behandeling met lenvatinib gaan de Leidse onderzoekers meten of de schildklier weer gevoelig is geworden voor jodium. Een bemoeilijkende factor in dat onderzoek is het feit dat radioactief jodium-131 erg snel weer uit het lichaam verdwijnt, te snel om via een PET-scan te meten of de schildklier inderdaad weer jodium opneemt. Er bestaat echter een ander isotoop, jodium-124, dat wel langer in de schildklier aanwezig blijft en wel op een scan zichtbaar is. Dat isotoop wordt echter nergens in Europa meer vervaardigd omdat het niet voor klinisch gebruik ingezet wordt. Een lange zoektocht leverde echter een Amerikaans bedrijf op dat in staat was jodium-124 te produceren conform de eisen van de onderzoekers.

Eerste patiënt

Het probleem was daarmee niet opgelost, want ook jodium-124 verliest zijn straling nadat het vervaardigd is, en het is dus zaak om het veilig te verpakken en razendsnel naar Leiden te brengen. Daarnaast moet ook de patiënt meteen beschikbaar zijn en moet de scanner gereed staan, zodat er geen kostbare tijd verloren gaat. Na twee jaar vol inspanningen door allerlei afdelingen van het LUMC is dat gelukt: de eerste patiënt is behandeld met jodium-124 en is daarna gescand. Meer patiënten zullen volgen, en op basis van de gegevens van de eerste zes patiënten wordt bepaald binnen welk tijdsframe jodium-131 weer gegeven kan worden.

Bron

Persbericht van LUMC