Samenvatting

Achtergrond: Uit internationaal onderzoek is gebleken dat complementaire en alternatieve medicijnen (CAM) frequent worden gebruikt door mammacarcinoompatiënten. Een aantal studies heeft interacties aangetoond tussen natuurlijke CAM en conventionele therapieën, zoals chemotherapie en endocriene therapie. Het doel van deze studie is om de prevalentie en karakteristieken voor het gebruik van CAM door mammacarcinoompatiënten in Nederland in kaart te brengen, en te onderzoeken of er een associatie bestaat tussen CAM-gebruik en kwaliteit van leven, vertrouwen in conventionele therapie en de factor waarvan patiënten denken dat die de meeste invloed heeft op gezondheid of ziekte.

Methode: Een vragenlijst over het gebruik van CAM, gespecificeerd op natuurlijke producten, werd binnen 2 weken na diagnose verzonden naar een cohort van 322 mammacarcinoompatiënten. Klinische variabelen werden uit het medisch dossier vergaard. Beschrijvende statistiek, ongepaarde t-testen en logistische regressieanalyses werden gebruikt.

Resultaten: Het responspercentage was 49,1%. Van de 158 respondenten gebruikte 44,3% CAM. Vitamine en mineralen werden het meest gebruikt (76,5%). Patiënten begonnen meest op eigen initiatief met CAM en de meest genoemde reden was om het immuunsysteem te stimuleren (58,6%). Zeventig procent besprak CAM niet met een arts, meestal omdat de patiënt dit niet belangrijk vond (57,8%). De meeste CAM-gebruikers (88,2%) denken dat CAM effectief is. CAM-gebruikers hebben een lagere ‘body mass index’ (p=0,039). Er zijn meer CAM-gebruikers die wekelijks alcohol drinken dan nietgebruikers (oddsratio 2,56; p=0,005). Er was geen significant verschil in leeftijd, opleidingsniveau, relatiestatus, kinderen en roken. Er was ook geen verschil in het vertrouwen in conventionele behandeling en artsen (p=0,547), kwaliteit van leven (p=0,941) of de factor waarvan patiënten denken dat die de meeste invloed heeft op gezondheid of ziekte.

Conclusie: CAM-gebruik komt vaak voor bij recent gediagnosticeerde mammacarcinoompatiënten. Gezien de mogelijke interacties en risico’s van CAM, moeten zorgverleners routinematig vragen naar CAM.

(NED TIJDSCHR ONCOL 2013;10:66–73)