Een deel van de vergevorderde kankerpatiënten ervaart psychosociale klachten, maar wil hier niet vanzelfsprekend actief voor behandeld worden. Deze groep patiënten kan wel baat hebben bij emotionele steun van de behandelend arts en bestrijding van minder ernstige bijwerkingen. Dit toonde arts-onderzoeker Claudia Schuurhuizen van Amsterdam UMC eerder dit jaar aan tijdens haar promotieonderzoek getiteld: ‘Optimizing psychosocial support and symptom management for patients with advanced cancer.”

Met het aanpakken van minder ernstige bijwerkingen van een behandeling verwacht de promovenda het leven van patiënten met kanker in een vergevorderd stadium te verbeteren. Hoewel genezing vaak niet meer mogelijk is in deze groep patiënten, kan een behandeling wel helpen om symptomen te verminderen en een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te bewerkstelligen.

Emotionele steun

Het omgaan met een levensbedreigende ziekte gaat vaak gepaard met psychosociale klachten. In dit onderzoek trachtte Schuurhuizen wegen te vinden om het welzijn en de kwaliteit van leven van patiënten te verbeteren door de symptoomcontrole en psychosociale ondersteuning te optimaliseren. Hoewel uit het onderzoek naar voren kwam dat het merendeel van de patiënten aangaf niet noodzakelijkerwijs behoefte te hebben aan psychosociale ondersteuning, leek het bespreken van emotionele zorgen het welzijn van de patiënt wel te kunnen bevorderen.

Bestrijding van minder ernstige bijwerkingen

Naast de psychosociale ondersteuning focuste het onderzoek zich ook op hoe artsen en patienten de schadelijke bijwerkingen van een behandeling beoordelen. Waar de arts zich vooral richt op de ernst van de bijwerkingen, blijken patiënten de duur en belasting van de bijwerkingen in het dagelijks leven belangrijker te vinden. Als artsen meer aandacht schenken aan behandeling van de twee laatstgenoemde factoren kan dat de kwaliteit van leven van patiënten aanzienlijk verhogen. Schuurhuizen: ‘Het verdient de voorkeur als artsen de bijwerkingen die de patiënt aangeeft als leidraad te nemen voor het voorspellen van de kwaliteit van leven.’

Ondanks dat patiënten met psychosociale klachten een grote veerkracht blijken te hebben, kan de arts alsnog een belangrijke rol spelen in het optimaliseren van de omstandigheden. Emotionele steun en bestrijding van kleine bijwerkingen kan een belangrijke rol spelen in het welzijn van de patiënt, concludeert de onderzoeker.

Bron
1. Persbericht Amsterdam UMC