Second opinions: hoe zinvol zijn die eigenlijk? En wat zijn de beweegredenen voor de patiënt om daarom te vragen? Er is al geruime tijd een stijgende lijn te zien in het aantal patiënten die graag een tweede arts raadplegen nadat hun eigen arts zijn oordeel heeft gegeven. Soms heeft zo’n second opinion weinig meerwaarde en komt er hetzelfde advies uit als de eerste keer. Daarnaast bestaat het idee dat het vragen om een second opinion de vertrouwensband tussen arts en patiënt kan schaden.

Voor medisch psycholoog Marij Hillen, verbonden aan Amsterdam UMC was dat reden voor een onderzoek naar de beweegredenen van de patiënt achter zo’n vraag om een second opinion, en of die stap zinvol was geweest. Zij beluisterde geluidsopnames van 69 second opinion-gesprekken tussen artsen en hun patiënten.

Verminderd vertrouwen

Volgens Hillen vragen veel mensen om een second opinion om voor zichzelf zeker te weten echt alles geprobeerd te hebben. Vooral bij patiënten die slecht nieuws bij hun diagnose kregen en met een slechte prognose geconfronteerd werden is dat het geval. Maar bij ongeveer 20% van de patiënten was er ook sprake van verminderd vertrouwen in de eigen arts.

In de praktijk blijken de meeste patiënten een te rooskleurig beeld van zo’n second opinion te hebben. Maar in 90% van de gevallen bleek de second opinion niet of nauwelijks af te wijken van de eerste mening. Terwijl 2 van de 3 patiënten verwachtten iets anders te zullen horen. Hillen: “Dat wil niet zeggen dat patiënten er dan geen baat bij hebben gehad; zo geven ze aan zich minder onzeker te voelen, door de bevestiging die de tweede mening geeft. Ook zien we dat bij patiënten met een verminderd vertrouwen in hun behandelaar, dat vertrouwen herstelt wanneer de eerste mening bevestigd wordt.”

Hillen stelt wel dat communicatie tussen arts en patiënt essentieel is, en dat begrip voor de positie van de patiënt een grote rol speelt. “Patiënten met kanker bevinden zich na hun diagnose vaak in een onzekere en kwetsbare situatie. Tegelijkertijd verwachten we tegenwoordig van hen dat ze actief deelnemen en meebeslissen over hun zorg. Dat is een flinke uitdaging, ook voor hun behandelaars, en goede onderlinge communicatie is daarvoor van immens belang.”

Praatkaart

Om patiënten te helpen om zo’n moeilijk gesprek goed te laten verlopen heeft Hillen met collega Vicky Lehmann een ‘praatkaart’ bedacht, die te vinden is op website www.kanker.nl. Daarop staan vragen en tips waarmee de patiënt het gesprek kan voorbereiden.

Meer informatie

Bezoek de website www.kanker.nl om de praatkaart te downloaden.