Recentelijk hebben onderzoekers uit Shanghai en van het Antoni van Leeuwenhoek ontdekt dat resistentie voor levatinib, een medicijn tegen leverkanker, voorkomen kan worden door het toevoegen van een extra medicijn genaamd gefitinib. Hoewel leverkanker steeds vaker voorkomt in het westen, is de prevalentie van deze ziekte het hoogst in Azië en Afrika vanwege hepatitis B en C.

HET ONTSTAAN VAN COMBINATIETHERAPIEËN

Tegenwoordig bestaan er steeds meer doelgerichte medicijnen die de groei en verspreiding van kanker kunnen remmen. Deze medicijnen richten zich specifiek op de gevolgen van DNA-mutaties in de cel. Het probleem bij deze medicijnen is echter dat er gemakkelijk resistentie kan, doordat het DNA zich door blijft muteren. Moleculair kankeronderzoeker René Bernards was de eerste die deze resistentie kon voorkomen met behulp van de techniek CRISPR/Cas.

In 2012 ontdekte Bernards dat combinatietherapieën beter werkzaam zijn en resistentie kunnen voorkomen. Deze vorm van combinatietherapie was een revolutionaire ontdekking en had vele vervolgonderzoeken tot gevolg.

LENVATINIB: VEROORZAKER EN REMMER TEGEN RESISTENTIE

In dit recente onderzoek ontdekten Bernards en collega’s een nieuw soort combinatietherapie van lenvatinib en gefitinib tegen leverkanker. Ook vonden zij de oorzaak waarom lenvatinib zo vaak een averechts effect lijkt te hebben: bij 75 tot 80 procent van de patiënten lijkt lenvatinib niet te werken.

De reden hiervan is een verstoring van de groeifactor-receptor EGFR. De onderzoekers zagen in muismodellen dat toediening van lenvatinib de receptoren activeerden, waardoor de celdeling gestimuleerd werd. Dit was het geval bij tumoren die vanaf het begin al resistent waren tegen lenvatinib.

Het team vond dat deze resistentie op te heffen is door een combinatietherapie van lenvatinib en gefitinib, waardoor EFGR juist geremd wordt. Gefitinib is al een bestaand medicijn dat onder andere wordt gebruikt tegen longkanker.

De fase I-studie bevatte 12 patiënten die in het begin niet reageerden op toediening van lenvatinib en waarbij hoge EFGR-levels te zien waren in de tumor. Bij 4 van de 12 patiënten die de combinatietherapie ontvingen, was uiteindelijk een significante afname van het tumorweefsel. Het volgende patiëntencohort wordt nu uitgebreid naar 30. Daarnaast zijn in de toekomst grotere klinische studies nodig om te kijken of deze combinatietherapie te gebruiken is in de kliniek.

In conclusie zullen combinatietherapieën steeds belangrijker worden in de toekomst, omdat kanker een complexe ziekte is en verschilt per individu. Bernards pleit daarom voor slimme combinaties van medicijnen voor een doelgerichtere werking. Hierdoor zullen nieuwe medicijnen ook minder snel worden afgewezen als ze opzichzelfstaand minder goed werken, maar wel effectief kunnen zijn in een combinatie.

 

Bron

Jin, H., Shi, Y., Lv, Y. et al. EGFR activation limits the response of liver cancer to lenvatinib. Nature 595, 730–734 (2021). https://doi.org/10.1038/s41586-021-03741-7