Pembrolizumab geeft wisselende tussentijdse resultaten bij lokaal gevorderde maagkanker

februari 2024 Oncotrials Niels Elbert

Neoadjuvante en adjuvante behandeling met pembrolizumab leidt tot een hogere pathologisch complete respons ten opzichte van placebo bij patiënten met lokaal gevorderde maagkanker of kanker van de overgang tussen maag en slokdarm. Maar dit vertaalt zich niet in een langere overleving, zo blijkt uit de tussentijdse resultaten van de KEYNOTE-585-studie.

Primaire uitkomstmaten

In deze gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase III-studie werden volwassen patiënten met onbehandelde, lokaal gevorderde, resectabele maagkanker of kanker van de overgang tussen maag en slokdarm gerandomiseerd tussen neoadjuvante en adjuvante behandeling met pembrolizumab of placebo, telkens als aanvulling op chemotherapie. De primaire uitkomstmaten waren het percentage patiënten met een pathologisch complete respons en de gebeurtenisvrije en algehele overleving. Ook werd de veiligheid van de behandelingen beoordeeld.

In totaal werden 804 patiënten gerandomiseerd (28% vrouw), van wie 402 patiënten behandeld werden met pembrolizumab en evenzoveel patiënten placebo kregen. Na een mediane follow-upduur van 47,7 maanden resulteerde behandeling met pembrolizumab in een hoger percentage patiënten met een pathologisch complete respons, vergeleken met placebo (12,9 versus 2,0%; absoluut verschil [95%-BI]: 10,9 [7,5-14,8]; p<0,00001). Daarnaast gaf pembrolizumab een langere gebeurtenisvrije overleving (mediaan: 44,4 versus 25,3 maanden; HR [95%-BI]: 0,81 [0,67-0,99]; p=0,0198), maar dit resultaat haalde niet de vooraf gedefinieerde drempel voor statistische significantie (p=0,0178). De mediane algehele overleving bedroeg 60,7 maanden in de pembrolizumabgroep en 58,0 maanden in de placebogroep (HR [95%-BI]: 0.90 [0,73-1,12]; p=0,174).

Ongewenste voorvallen

Ongewenste voorvallen van graad 3 of hoger traden op bij 78% van de patiënten in de pembrolizumabgroep en bij 74% van de patiënten in de placebogroep. De meest voorkomende ongewenste voorvallen van graad 3 of hoger waren: misselijkheid (60 versus 62%), anemie (42 versus 40%) en verminderde eetlust (41 versus 43%). Behandeling-gerelateerde ernstige ongewenste voorvallen kwamen voor bij 26% van de patiënten in de pembrolizumabgroep tegenover 24% van de patiënten in de placebogroep. Respectievelijk 4 (1%) en 2 (<1%) patiënten in de pembrolizumab- en placebogroep overleden als gevolg van een aan de behandeling gerelateerd ernstig ongewenst voorval.

De KEYNOTE-585-studie wordt uitgevoerd in 143 ziekenhuizen in 24 landen, waaronder niet Nederland, en wordt naar verwachting in juni van dit jaar afgerond.

Referentie

Shitara K, Rha SY, Wyrwicz LS, et al; KEYNOTE-585 investigators. Neoadjuvant and adjuvant pembrolizumab plus chemotherapy in locally advanced gastric or gastro-oesophageal cancer (KEYNOTE-585): an interim analysis of the multicentre, double-blind, randomised phase 3 study. Lancet Oncol 2024;25:212-24.