Combinatie pyrotinib plus capecitabine verlengt PFS significant voor vrouwen met HER2-positieve gemetastaseerde borstkanker

juli 2021 Oncotrials Willem van Altena

Editor’s pick van prof. Marcel Verheij, Radiotherapeut, Radboudumc

 

Hoewel er vooruitgang wordt geboekt in de behandeling van HER2-positieve gemetastaseerde borstkanker, blijft het een probleem dat er vroeg of laat onherroepelijk resistentie tegen trastuzumab optreedt. Dit monoklonale antilichaam wordt vaak gegeven aan deze borstkankerpatiënten. In de PHOEBE-studie, uitgevoerd in China, werden de effectiviteit en het bijwerkingenprofiel van pyrotinib plus capecitabine geanalyseerd als vervolgbehandeling na trastuzumab. Recentelijk werden interimresultaten van deze studie gepubliceerd in The Lancet Oncology.

PHOEBE-studie

PHOEBE was een open-label gerandomiseerde fase III-studie die werd uitgevoerd in 29 centra in China. Geïncludeerde patiënten hadden pathologisch bevestigde HER2-positieve gemetastaseerde borstkanker, waren tussen de 18 en 70 jaar oud, hadden een ECOG-prestatiestatus van 0 of 1 en waren eerder behandeld met trastuzumab en taxanen. De borstkankerpatiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar behandeling met pyrotinib (400 mg oraal eenmaal daags) of lapatinib (1.250 mg oraal eenmaal daags), beide in combinatie met capecitabine (1.000 mg tweemaal daags op dag 1 tot en met 14 in een cyclus van 21 dagen). Het primaire eindpunt van de studie was progressievrije overleving (progression-free survival, PFS). De effectiviteit en het bijwerkingenprofiel werden bij alle patiënten geëvalueerd die minimaal 1 dosis van de te onderzoeken middelen ontvangen hadden.

Langere PFS bij pyrotinib plus capecitabine

Tussen 31 juli 2017 en 30 oktober 2018 werden 267 patiënten in de studie geïncludeerd. Van hen ontvingen 134 de combinatie van pyrotinib plus capecitabine, en 132 lapatinib plus capecitabine. Op het moment van de interimanalyse op 31 maart 2019 was de PFS is de pyrotinib-arm van de studie significant langer dan in de lapatinib-arm. Bij de combinatie van pyrotinib plus capecitabine was de PFS 12,5 maanden (95%-BI: 9,7–niet bereikt) en bij lapatinib plus capecitabine was de PFS 6,8 maanden (95%-BI: 5,4–8,1; HR [95%-BI]: 0,39 [0,27–0,56]; p<0,0001).

De meest vastgestelde bijwerkingen (graad 3 of hoger) waren diarree (31%, n=41 in de pyrotinib-arm versus 8%, n=11 in de lapatinib-arm) en hand-voetsyndroom (16% (n=22) versus 15% (n=20). Ernstige bijwerkingen werden gemeld bij 10% (n=14) van de patiënten in de pyrotinib-arm en 8% (n=11) in de lapatinib-arm. In de pyrotinib-arm werd geen behandelingsgerelateerde mortaliteit vastgesteld, in de lapatinib-arm overleed één patiënt aan een behandelingsgerelateerde oorzaak.

CONCLUSIE

De combinatie van pyrotinib plus capecitabine verbeterde de PFS significant vergeleken met de combinatie lapatinib plus capecitabine, met een goed beheersbare toxiciteit. Deze behandelcombinatie is hiermee mogelijk een goede opvolg-behandeloptie voor patiënten met HER2-positieve gemetastaseerde borstkanker die eerder behandeld zijn geweest met trastuzumab en chemotherapie.

Referentie

Xu et al. Pyrotinib plus capecitabine versus lapatinib plus capecitabine for the treatment of HER2-positive metastatic breast cancer (PHOEBE): a multicentre, open-label, randomised, controlled, phase 3 trial. Lancet Oncology 2021 March. 

X